Rotem - Zinkfabriek

De geschiedenis van de zinkfabriek op de Hennisberg begint in februari 1907, wanneer de Luikse ingenieur Raoult Paul een eerste aanvraag indient voor de oprichting ervan. In december 1908 wordt bij koninklijk besluit, ondertekend door koning Leopold II, toestemming verleend voor de bouw. Enkele jaren later, in november 1909, dienen de industriëlen Regnier-Oury Henry en Dumoulin Théophile een hernieuwde aanvraag in, gevolgd door een uitbreiding van de geplande productiecapaciteit in 1911 van 10.000 naar 24.000 ton. In datzelfde jaar wordt een naamloze vennootschap opgericht met een kapitaal van 105 miljoen Belgische frank en een terrein van 130 hectare, dat later nog wordt uitgebreid.

De bouw van de fabriek start in 1912 met onder meer een elektriciteitscabine, werkplaatsen en een hal met acht ovens. In november 1913 komen de smeltovens in werking en begint men kort daarna met de productie van zink. De aan- en afvoer van grondstoffen en afgewerkte producten verloopt via het kanaal, de spoorweg – met maar liefst 9 kilometer sporen op het terrein – en de weg.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog valt de productie gedeeltelijk stil door een tekort aan grondstoffen. In de jaren nadien groeit de fabriek uit tot een belangrijke werkgever in de regio, met een personeelsbestand dat schommelt tussen 300 en 550 arbeiders. Werknemers komen niet alleen uit de omliggende dorpen, maar ook uit verder gelegen plaatsen zoals Overpelt, Lommel, Geel, Antwerpen en Gent. In 1937 start men met het zelf roosteren van ertsen, waarbij zwavelzuur ontstaat. Hiervoor wordt een aparte afdeling opgericht, in de volksmond bekend als “den acide” of “de stille dood”, verwijzend naar de opvallende gele installaties langs het kanaal.

De fabriek voorziet haar personeel van verschillende sociale voorzieningen. Zo worden er arbeiderswoningen gebouwd, is er een eigen mutualiteit en een kapel waar tot 1966 missen worden opgedragen. Daarnaast ontvangen werknemers getrouwheidspremies en geschenken naargelang hun dienstjaren, wat wijst op een sterk uitgebouwde bedrijfscultuur.

In juni 1953 breekt een grote staking uit die 18 weken duurt en pas in oktober wordt opgelost. Uiteindelijk komt er in 1966 een einde aan de activiteiten van de fabriek. Ongeveer 500 werknemers verliezen hun baan, al blijven sommigen nog tot 1967 actief bij de ontmanteling van de installaties. Hiermee sluit een belangrijk industrieel hoofdstuk in de geschiedenis van de regio.

© Geschied- en Heemkundige Kring Rotem