Op 5 september 1944 bevonden er zich ongeveer 1200 weerstanders in de bossen van Rotem.
Zij verbleven er in zelf gemaakte schuilhutten tussen de dennen bomen. Er waren zelfs vrouwen aanwezig die de taak van verpleegster uitoefenden. Bij de boeren werden slachtvee opgeëist die bij de familie Leo Dreessen werden geslacht en er werden daar maaltijden gemaakt die met grote ketels tot in het kampement werden bezorgd.
Het hoofdkwartier van de verzetslieden was in de winkel van de Welvaart, bij de familie Cops – Gonnissen, aan het kanaal gelegen. Hier vonden samenkomsten plaats werden documenten opgeslagen en ook hun karig arsenaal aan vuurwapens.
De weerstanders maakten een aantal Duitse krijgsgevangenen en sloten ze op in de Zinkfabriek.
De Duitsers begonnen aan een tegen offensief op 10 september 1944 op de zinkfabriek en konden beslag leggen op documenten van de weerstand. Hierbij werden ook burgers die aan het kanaal woonden opgepakt. Na het volledige uitkammen van de bossen waarbij vele doden vielen die ter plekke werden gefusilleerd was het verzet volledig gebroken.
© Geschied- en Heemkundige Kring Rotem
